Een dochter hebben die in het buitenland studeert heeft zo zijn voordelen. Je krijgt er niet alleen een trotse ouder bij, maar ook een prima excuus om regelmatig ergens anders rond te lopen. Dit keer: Portugal. Porto en Coimbra.
En als je zoals wij dagelijks met ontwerp en communicatie bezig bent, kijk je natuurlijk nooit helemaal onbevangen naar een stad. Je ziet geen gevel, maar een compositie. Geen winkelpui, maar een stukje branding. En voor je het weet sta je midden op straat te fotograferen wat een ander waarschijnlijk gewoon een muur vindt.
Wat ons in Portugal vooral opvalt, is hoe authentiek het design aanvoelt.
Niet alles hoeft strak, nieuw of volgens de laatste designtrend te zijn. Sterker nog: juist niet. Veel van wat je ziet is ambachtelijk, kleurrijk en soms behoorlijk eigenwijs. Materialen mogen zichtbaar blijven. Kleuren mogen botsen. Details hoeven niet allemaal hetzelfde te zijn.
En dan zijn er natuurlijk de tegeltjes. Tegeltjes zijn in Portugal geen leuke designtrend. Ze zijn gewoon overal. Op gevels, in portieken, op muren en in winkels. Patronen worden herhaald tot je er bijna duizelig van wordt. Blauw naast geel. Geometrisch naast bloemrijk. Oud naast nieuw. En het werkt.
Misschien juist omdat het niet ontworpen lijkt om indruk te maken. Het is onderdeel van de stad. Onderdeel van de cultuur. Het is toegepast design, ontstaan uit gebruik, traditie en vakmanschap. En daardoor heeft het veel meer karakter dan menig gelikte identiteit die vandaag door een bureau wordt bedacht.
Dat vinden we interessant.
Want in ons werk zijn we vaak bezig met de vraag hoe je een merk herkenbaar maakt. Hoe je zorgt voor een sterke visuele lijn. Hoe je voorkomt dat alles een verzameling losse uitingen wordt. Portugal laat zien dat herkenbaarheid niet per se uit één logo of één strak systeem hoeft te komen. Soms ontstaat het door consequent gebruik van kleur, materiaal, patroon en stijl. Door dingen lang genoeg vol te houden.
Daar kunnen we wel wat mee.












